Astrid heeft PTSS na Schipholbrand: "Ik ben in mijn hoofd nog steeds de hele dag mensen aan het redden"

Precies vijftien jaar geleden kwamen elf mensen om bij een grote brand in het cellencomplex op Schiphol. Voor Astrid Versluis uit Kuinre is er nooit een einde gekomen aan die nacht. Ze werkte toen voor de Marechaussee op Schiphol en was als één van de eersten bij de brand.

De brand in het cellencomplex begon op 26 oktober 2005, net vóór middernacht. Om 23.55 uur ging het brandalarm af in cel 11 van de K-vleugel. "Het was echt Murphy's Law: alles wat fout kon gaan, ging fout", schetst Astrid de sfeer van die fatale nacht.

Nu, vijftien jaar later, schiet ze nog steeds vol als ze vertelt over wat er allemaal gebeurde. Hoe ze met haar collega's probeerde mensen uit brandende cellen te halen, en hoe ze moesten opgeven toen de rook zo dik en zwart werd dat ze zelf amper nog konden ademen.

Beeld uit de reconstructie van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (Foto: Onderzoeksraad voor Veiligheid)
Beeld uit de reconstructie van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (Foto: Onderzoeksraad voor Veiligheid)

Smeltende helm

"Toen kwam eindelijk de brandweer, en ik dacht, gelukkig, nu gaan ze die mensen eruit halen", gaat Astrid verder. "Maar de brandweerman ging naar binnen en kwam er met dezelfde gang weer uit. Ik riep: 'Wat doe je nu, daar zitten nog mensen!'"

"Maar hij zei: 'Het gaat niet meer, mijn helm smelt. We kunnen dit niet, we moeten aan onze eigen veiligheid denken'. Dan voel je je zo machteloos."

250 gevangenen gered

?Daarna helpt Astrid mee met de ontruiming van de andere vleugels, verder bij de brandhaard vandaan. In totaal 250 gevangenen worden in veiligheid gebracht: "Ik ben nog twee keer alle cellen langsgegaan, of we niemand vergeten waren. Maar dat was gelukkig niet zo."

Elf mensen komen in hun cel om het leven (Foto: Onderzoeksraad voor Veiligheid)
Elf mensen komen in hun cel om het leven (Foto: Onderzoeksraad voor Veiligheid)

Elf mensen overleven de brand niet. Het zijn mannen zonder status of verblijfsvergunning , die moesten wachten tot ze het land uitgezet werden. Deze elf mensen achtervolgen Astrid tot de dag van vandaag: "Dat je die niet kon helpen, dat is vreselijk. Dat machteloze gevoel, dat is er nog steeds, ook al weet ik dat we echt donders ons best hebben gedaan."

'Moordenaars'

In het land barst de discussie los over de manier waarop justitie de mensen daar had opgesloten, in brandgevaarlijke noodgebouwtjes zonder deugdelijke ontruimingsplannen. Demonstranten staan bij de poorten als Astrid weer aan het werk gaat: "Ze riepen 'moordenaars' naar ons", vertelt Astrid geëmotioneerd. "Nou, ze hadden er zelf maar eens tussen moeten staan. We hebben echt ons best gedaan, maar het ging gewoon niet meer."

De Onderzoeksraad voor de Veiligheid onderzoekt de brand. Een klein jaar later is het rapport klaar. De conclusie: er is fout op fout op fout gemaakt bij de bouw van het complex, waardoor de brand zich zo kon uitbreiden. Dit is de reconstructie van de Onderzoeksraad:

Twee ministers en een burgemeester stappen op na het vernietigende rapport. Astrid, haar eenheid, en de justitiemedewerkers die er die nacht waren, hebben geen schuld aan het drama. Toch raakt Astrid het schuldgevoel nooit helemaal kwijt.

Topvrijwilliger

Astrid pakt haar leven weer op en blijft aan het werk bij de Marechaussee op Schiphol . Maar de gebeurtenissen laten haar nooit helemaal los.

Ze heeft last van slapeloosheid en zoekt afleiding in vrijwilligerswerk. Elk vrij uurtje van de week is ze bezig in haar dorp Kuinre. Van de dorpskrant tot het jeugdhonk en de buurtsuper, Astrid staat klaar om te helpen. Ook wordt ze chauffeur voor de dierenambulance.

Astrid Versluis is chauffeur op de dierenambulance (Foto: Privéfoto Astrid Versluis)
Astrid Versluis is chauffeur op de dierenambulance (Foto: Privéfoto Astrid Versluis)

"Kijk, dan hoef je niet te denken als je bezig bent. Maar ook dan komt het toch steeds boven. Ik kan denk ik wel goed toneel spelen, want mensen zien altijd een vrolijke, actieve Astrid. En ik ben van mezelf ook echt wel opgewekt, maar dat schuldgevoel, die machteloosheid, die raak ik maar niet kwijt."

Vijfendertig behandelaars

De diagnose PTSS, post-traumatisch stresssyndroom, krijgt Astrid al na een paar jaar. Ze ondergaat de behandelingen, maar elke keer stopt de therapie voor er echt schot in komt. "Ik heb denk ik wel vijfendertig verschillende therapeuten en behandelaars gehad", vertelt Astrid. "Elke keer ging iemand ook weer weg. Die kreeg dan een andere baan, werd uitgezonden, was zwanger, noem maar op. Of je wordt doorverwezen naar een andere organisatie, krijg je weer een nieuwe intake, kan je weer alles vertellen. Tja, zo gaan die dingen."

Astrid kon zich ondanks de stress en slapeloosheid nog lang staande houden. Totdat ze haar been brak en thuis kwam te zitten: "Toen ging het echt mis met me. Zo'n blok gips aan mijn been, ik kon helemaal niks, voelde me zo machteloos." Astrid krijgt steeds vaker herbelevingen, slaapt nog slechter en in haar hoofd wordt het steeds drukker.

Altijd mensen redden

"Of je twintig bakken koffie op hebt, zo hyper ben ik", vertelt Astrid. "Ik sta de hele dag aan. Ik ben ook constant aan het scannen als ik ergens ben; waar is de nooduitgang, krijg ik iedereen er op tijd uit? Ik ben in mijn hoofd al mensen aan het redden, terwijl er niets aan de hand is. Ik had eens een hoogzwangere therapeut, dan denk ik gelijk: o jee, krijg ik die wel door dat kleine raampje als er brand is?"

De bedrijfsarts van Astrid zoekt dan opnieuw een geschikte behandeling. Ze komt terecht bij gespecialiseerde traumatherapie voor oorlogs- en dienstslachtoffers. Hier is Astrid op haar plek en wordt de PTSS echt aangepakt. Door corona liep ook dat weer wat vertraging op, maar nu is ze begonnen met EMDR, een vaak toegepaste methode bij traumaverwerking.

Astrid met haar moeder en kleindochter (Foto: privefoto Astrid Versluis)
Astrid met haar moeder en kleindochter (Foto: privefoto Astrid Versluis)

Niet meer vluchten

Astrid wil niet meer wegvluchten voor haar problemen, maar de behandelingen zijn psychisch erg zwaar. Daarom heeft ze het vele vrijwilligerswerk op een lager pitje gezet: "Ik vind het echt vreselijk dat ik nu nee moet zeggen. Vooral de dierenambulance doet me echt pijn, alsof ik de dieren nu in de steek laat. Maar ik moet nu eerst zelf beter worden voor ik anderen weer kan helpen."

"Als ik die herbelevingen maar niet meer heb, dat zou zo fijn zijn. Gewoon rust. Rust in mijn hoofd. Dat ik weer echt de oude Astrid kan zijn".

Oppasoma

Voor wie Astrid wel altijd tijd maakt is haar kleindochter Davina, van vijftien maanden: "Ja, ik ben zo'n trotse oma", straalt Astrid. "Ik pas vaak op, ze woont vlakbij en ik mag haar helpen opvoeden. Zij geeft me zoveel energie, ze had niet op een beter moment in mijn leven kunnen komen."

Meer over dit onderwerp:
BRANDWEER
Deel dit artikel: