Provincie Overijssel onderzoekt eigen rol in Tweede Wereldoorlog

In Overijssel is dit jaar uitgebreid stilgestaan bij 75 jaar bevrijding. RTV Oost maakte 17 mini-documentaires waarin verhalen over oorlog en bevrijding werden verteld. De rol van Provinciale Staten tijdens de oorlog bleef onderbelicht. Provinciearchivaris Gerrit Bril zocht het uit.

Aanleiding voor het onderzoek van de provinciearchivaris was een vraag van CDA-Statenlid Jeroen Piksen. In coronatijd kon Provinciale Staten vergaderen zonder fysiek bij elkaar te zittenen. Hoe was dat eigenlijk in oorlogstijd, wilde Piksen weten.

Provinciaal bestuur niet direct lam

Uit het, naar eigen zeggen, kleine onderzoek dat provinciearchivaris Gerrit Bril uitvoerde, blijkt dat de Tweede Wereldoorlog niet direct het provinciale bestuur lamlegde. "Je zou denken dat dit al direct in 1940 gebeurde, maar pas ruim een jaar later", aldus Bril.

Op 9 augustus 1941 werd Commissaris van de Koning Baron van Voorst tot Voorst eervol ontslagen door Rijkscommissaris Seys-Inquart. Hij behartigde Hitlers belangen in Nederland. De commissaris werd daarna vervangen door een NSB-er.

Verordening

Twee dagen later volgde een verordening waarin werd bepaald dat de Gedeputeerde Staten vanaf 30 augustus 1941 geen besluiten meer kon nemen.

Bril stuitte in zijn onderzoek op nog een bijzonderheid. Het waren niet de Joodse statenleden die als eerste uit de provinciale politiek werden verbannen.

Boekje

Al op 20 juli 1940 trok Seys-Inquart de mandaten in van de leden van de Communistische Partij Nederland (CPN) en de Revolutionair Socialistische Arbeiderspartij (RSAP). Dat schrijft Bril in een document dat als boekje is overhandigd aan de huidige leden van Provinciale Staten. Pas in december 1940 werd het Joodse Statenlid Jacob Manus Rudelsheim uit zijn functie ontheven.

Een derde opvallende uitkomst van zijn onderzoek is volgens Bril de passage over ambtenaren in het provinciehuis die deelnamen aan de april-meistaking. Die staking begon in Hengelo maar verspreidde zich al gauw over het hele land.

Op donderdag 29 april kwam bij de provincie Overijssel bericht binnen over een spontane staking bij Stork in Hengelo en even later ook bij Tijl in Zwolle, schrijft Bril. Aanleiding voor de staking is het bericht dat 300.000 oud-soldaten zich bij de Duitse bezetter moesten melden als krijgsgevangen.

Stakende griffie

De griffie van Provinciale Staten besloot op 30 april ook te gaan staken. Slechts één ambtenaar, een NSB'er, weigerde. De volgende dag, op 1 mei, werden de werkzaamheden bij de griffie weer herstart.

Hoewel de staking maar kort heeft geduurd, waren de gevolgen groot. In Hengelo trokken de Duitsers schietend door de stad en vielen er meerdere doden. In het provinciehuis werd gedeputeerde Vogt van zijn waarneming als commissaris ontheven en werden zes Overijsselse burgemeesters ontslagen of niet meer herbenoemd.

Nationaalsocialisten op burgemeestersposten

De op dat moment waarnemend commissaris Altena benoemde na deze gebeurtenis uitsluitend nationaalsocialisten voor de burgemeestersposten, waarmee er twaalf NSB-burgemeesters in de provincie kwamen.

Bril benadrukt dat het slechts gaat om een klein onderzoek naar de rol van de provincie Overijssel tijdens de oorlog. Hij zou best meer onderzoek willen doen, maar daar is op dit moment geen tijd voor.

Bijvoorbeeld naar 'dingen die zijn uitgehaald' vanuit het provinciehuis. Volgens Bril kan het daarbij gaan om zowel daden van verzet als ook pro-Duitse activiteiten.