Rivierkreeft ondermijnt dijken in de Wieden: 'Het is de bad guy van het water'

De zoetwaterkreeft voelt zich zo thuis in de Wieden dat hij inmiddels in elk meertje en slootje te vinden is. Er leven al negen verschillende soorten. Vooral de rode Amerikaanse zoetwaterkreeft is gevaarlijk: hij graaft zijn holletjes graag in de oevers, net onder water, zodat de dijken verzwakken.

De helft van alle beesten die palingvisser Stefan Lok uit Belt-Schutsloot uit het water haalt zijn kreeften. Dat is opvallend, want zijn vader en opa hadden vroeger nooit kreeft in de fuiken. De dieren zijn per ongeluk in de Nederlandse natuur terechtgekomen, bijvoorbeeld omdat ze uit een aquarium zijn gegooid, en gedijen hier erg goed.

Rode Amerikaanse zoetwaterkreeft (Foto: RTV Oost Jolande Verheij)
Rode Amerikaanse zoetwaterkreeft (Foto: RTV Oost Jolande Verheij)

Lekkernij voor de paling

Voor de palingvissers zijn de zoetwaterkreeften in de fuiken geen groot probleem, vertelt Stefan Lok: "De grotere houden we apart, die leveren zelfs wat geld op, al word je er niet rijk van. En palingen eten graag babykreeftjes dus voor hen is het een uitbreiding van het menu".

De vissers in het gebied proberen een lokale afzetmarkt te vinden voor de kreeftjes, dan loont het om op wat grotere schaal  kreeften te vangen. De eerste contacten waren gelegd met lokale horeca, maar door de coronacrisis is dat weer stil komen te liggen. 

Grote schade
Het waterschap is minder blij met de zoetwaterkreeft. Ecoloog Matthijs Jansen maakt zich onder meer zorgen over de schade aan dijken: "De holen die ze graven zitten onder water, dus bij controles zie je die niet. Pas als er een zware trekker overheen moet of bij hoog water, dan blijkt ineens dat de dijk inzakt, en dat kan levensgevaarlijk zijn". 

Ook voor de biodiversiteit vormen de kreeften mogelijk een bedreiging, vertelt Matthijs: "Op sommige plekken zien we ineens veel minder planten, of is een bepaalde vissoort bijna verdwenen. Tegelijk zien we wel erg veel zoetwaterkreeften. Het gevoel is toch dat dat met elkaar te maken heeft".

De waterschappen onderzoeken nu landelijk hoe de zoetwaterkreeft zich door het land heeft verspreid, en wat de beste manier is om de overlast ervan tegen te gaan. Alle dieren wegvangen gaat niet lukken, daarvoor zijn het er al veel te veel. De beroepsvissers werken ook mee aan het onderzoek.

Verschillende belangen
De beroepsvissers en het waterschap willen allebei graag veel kreeften vangen. Toch zijn de belangen niet hetzelfde. Voor de vissers kan de vangst economisch interessant worden als er een goede afzetmarkt voor is. Dan moeten ze wel investeren in andere fuiken.

Beroepsvisser Stefan Lok controleert de fuiken (Foto: RTV Oost Jolande Verheij)
Beroepsvisser Stefan Lok controleert de fuiken (Foto: RTV Oost Jolande Verheij)

Maar dan willen ze het jaar daarna wel  opnieuw kreeft kunnen leveren: als ze teveel wegvangen helpen ze hun eigen broodwinning weer om zeep. Het waterschap wil wel graag snel zoveel mogelijk kreeften weg hebben. Maar voor die vangst zijn ze wel weer afhankelijk van de vissers, want die mogen wettelijk als enige partij vissen in de Wieden.

Samen aanpakken
Een oplossing is er nog niet. Wel willen de beroepsvissers graag meedenken met het waterschap, zegt Lok: "We willen al in een vroeg stadium kijken hoe we dit samen kunnen aanpakken, en of we er met een goede afzetmarkt toch een boterham aan kunnen verdienen. Naast de paling, want dat moet voor ons de hoofdmoot blijven".

Ondertussen zijn er bij de familie Lok al heel wat maaltjes kreeft op tafel gekomen: "Ze zijn hartstikke lekker, maar je hebt er wel heel veel van nodig. Je hebt een berg afval, en dan heb je nog de buik niet vol. Ik eet ze zelf het liefst in de soep".

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via een WhatsApp-bericht: 06 - 57 03 33 33.